Schaeffler Nederland

 
 
 
 
 
 
Toepassingen

Scheepsaandrijving

Technische gegevens

  • Aandrijvingsvermogen: P = 5 475 kW
  • Primaire snelheid: 750 min -1
  • Secundaire snelheid: 209 min –1
  • Bedrijfstemperatuur: ca. 50 °C

Vereisten

  • een hoge bedrijfszekerheid
  • goede afdichting bij buitenboordaandrijvingen
 
 
 
Lagerkeuze

Koppelingsas

De koppelingsas wordt aan de kant van de aandrijving ondersteund in een tweerijige tonlager 23248B.MB (1) als vastlager en aan de andere kant in een cilinderlager NU1056M (2) als loslager. De as zet enkel het koppel over. De lagers worden enkel nog belast door de geringe krachten van hun eigen gewicht en de kleine tandwielkrachten uit een secundaire krachtafname. De lagerafmetingen vloeien voort uit de constructie, wat leidt tot grotere lagers dan wat de belasting eist. Daardoor is een aanpassing van de levensduur overbodig.

Aandrijfas

Aan de aandrijfas worden de radiaalkrachten opgevangen van de vertanding van twee tweerijige tonlagers 23248B.MB (3,4). De axiaalkrachten van de hoofddraairichting bij vooruit rijden worden gescheiden hiervan ondersteund in een tontaatslager 29434E (5). Het lager 23248B.MB (4) aan de linkerkant vangt bovendien de kleinere axiaalkrachten in tegengestelde richting op. Het is met een lichte speling opgesteld tegen het roltaatslager en voorgespannen met behulp van veren. De voorspanning zorgt ervoor dat de rollen en loopbanen van het axiaallager bij een wisseling van de last niet van elkaar losraken, maar steeds zonder slip op elkaar afwentelen. De buitenring van het tontaatslager wordt in de behuizing radiaal niet ondersteund, omdat dit lager geen radiaalkrachten kan overdragen.

Secundaire as

Bij de secundaire as worden de radiaal- en de axiaalkrachten volledig gescheiden ondersteund. De radiaalkrachten worden opgevangen door twee tweerijige tonlagers 23068MB (6). Aan de vastlagerlocatie langs de secundaire kant vangt een tontaatslager 29464E (7) het verschil tussen de propelleraandrijving bij vooruitrijden en de axiale tandwielkrachten op. De geringere axiaalkrachten bij achteruit rijden gaan over op het kleinere tontaatslager 29364E (8). Ook deze beide axiaallagers worden met een geringe axiaalspeling tegenover elkaar opgesteld, met behulp van veren voorgespannen en in de behuizing radiaal niet ondersteund.